24.06.2025

Equipotentiale verbindingen

Het verbinden van bovengrondse gasleidingen met de aarding van het gebouw is een belangrijke maatregel. In dit artikel wordt toegelicht hoe dit op een correcte manier dient uitgevoerd te worden.

Equipotentiale verbindingen (ook wel potentiaalvereffeningsverbindingen genoemd) zorgen ervoor dat alle gelijktijdig aanraakbare geleidende delen op dezelfde potentiaal blijven bij een fout. Zo kan er geen gevaarlijk potentiaalverschil over je lichaam ontstaan. Het is immers mogelijk dat een gasbuis van een verwarmingsinstallatie (zowel huishoudelijk als niet-huishoudelijk) ergens rechtstreeks of onrechtstreeks in contact komt met een elektrische geleider waardoor het hele buizennet en de radiatoren onder een gevaarlijke spanning komen.

Hoofdequipotentiale verbindingen

Daarom moeten o.a. metalen gas (aardgas of gas in flessen),- water-, CV- en schoorsteen buizen boven de grond steeds stroomafwaarts van de meter d.m.v. één of meerdere hoofdequipotentiale geleiders (ook wel hoofdequipotentiale verbindingen genoemd) met de hoofdaardingsklem van het gebouw worden verbonden.

Hierdoor wordt voorkomen dat bij een fout in de elektrische installatie een metalen buis onder elektrische spanning komt te staan die personen kan elektrocuteren.

Hoofdequipotentiale verbindingen kan men op twee manieren aansluiten.
Ofwel werkt men via een sterverbinding, ofwel via een verbinding in serie.

Bij een verbinding in serie wordt de hoofdequipotentiale verbinding gemaakt met één enkele beschermende geleider die nooit wordt onderbroken. Deze doorverbinding wordt slechts gedeeltelijk gestript op de verbindingspunten met de metalen (onderdelen van) buizen.  

De hoofdequipotentiale geleider bestaat uit een koperen geleider met een doorsnede (sectie) van min. 6 mm² en max. 25 mm² en heeft een geelgroene isolatie.

Raadpleeg steeds de aansluitvoorwaarden van de distributienetbeheerder. In sommige gasmeterlokalen mogen enkel geleiders geplaatst worden die dienen om het lokaal te verlichten. Andere geleiders o.a. de hoofdequipotentiale geleider is niet toegelaten in het lokaal.

Indien in een gasinstallatie één of meerdere isolatiekoppeling(e)n worden geplaatst, dient de hoofdequipotentiale verbinding opnieuw op de gasbuis aangebracht te worden stroomafwaarts van deze isolatiekoppeling.

Om geleiders aan buizen te bevestigen zijn er speciale klemmen beschikbaar. Sommige van deze klemmen zijn slechts voor één bepaalde buisdiameter geschikt, terwijl andere klemmen gebruikt kunnen worden bij verschillende buisdiameters. Maak de buizen vooraf goed zuiver op de plaats van de verbinding. Zo krijg je een optimale geleiding van de verbinding. De oxidatielagen, verflagen en onzuiverheden neem je weg met schuurpapier, staalwol, ...

Bij een PLT-buissysteem moet de klem voor de equipotentiaalverbinding op de fitting worden aangebracht en niet op de buis zelf. Bij een grote verliesstroom of blikseminslag kan het contactpunt tussen de klem en de PLT buis worden weggebrand.

Bijkomende equipotentiale verbindingen

In ruimten die een bad en/of een douche bevatten, moeten bijkomende equipotentiale verbindingen (ook wel bijkomende equipotentiale geleiders genoemd) voorzien worden, waarbij alle metalen delen met elkaar verbonden worden. Zo voorkomt men dat er in een foutsituatie gevaarlijke spanningsverschillen kunnen ontstaan en worden personen beschermd tegen elektrocutie door deze spanningsverschillen.

De bijkomende equipotentiale verbindingen zijn o.a. op de volgende elementen van toepassing:

  • warm- en koudwaterleiding (indien uit metaal),

  • toe- en afvoerleiding van een radiator (indien uit metaal),

  • metalen gasleiding,

  • bad- en douchekuip (indien uit metaal),

  • metalen net boven vloerverwarming,

  • metalen deurlijsten

  • metalen verlichtingsarmaturen

  • metalen behuizingen van elektrisch materieel van klasse I

De bijkomende equipotentiale verbinding bestaat uit een koperen geleider en heeft een doorsnede (sectie) van min. 2,5 mm² (indien mechanisch beschermd = geplaatst in een buis) of min. 4 mm² (indien niet mechanisch beschermd) en heeft een geelgroene isolatie.

De bijkomende equipotentiale verbindingen vertrekken vanaf de aardingspen in een wandcontactdoos in de badkamer zodat toestellen die aangesloten worden op dit stopcontact ook equipotentiaal verbonden zijn. Zorg ervoor dat je bij het doorverbinden de geleider in geen geval onderbreekt.

De metalen gas,- water-, CV- en schoorsteen buizen mogen nooit dienst doen als aarding voor een elektrisch toestel of installatie.

Hoe de verschillende equipotentiale verbindingen aanleggen?

Het onderstaande voorbeeldschema illustreert hoe de hoofdequipotentiale verbindingen en bijkomende equipotentiale verbindingen aangelegd moeten worden.

Deel dit artikel via