:focal(undefined))
Veilig werken met R290-warmtepompen: aandachtspunten bij plaatsing en onderhoud
Lucht/water-warmtepompen met R290 als koelmiddel komen steeds vaker voor. R290 is de technische benaming voor propaan. Het is een natuurlijk koelmiddel met goede thermodynamische eigenschappen en een zeer lage klimaatimpact.
R290 heeft een GWP-waarde (Global Warming Potential) van 0,02. Ter vergelijking: voor R32 bedraagt die waarde 675 en voor R410A 2086.
Tegelijk is propaan zwaarder dan lucht, geurloos en een brandbaar koelmiddel dat specifieke veiligheidsvoorwaarden met zich mee brengt.
De veiligheidszone rond de buitenunit
Veel lucht/water-warmtepompen met R290 worden uitgevoerd als monobloc. Daarbij bevindt het koeltechnische circuit zich in de warmtepomp en blijft het propaan in principe opgesloten in dit gesloten circuit. De verbinding tussen de warmtepomp en de verwarmingsinstallatie bestaat dan hoofdzakelijk uit hydraulische en elektrische aansluitingen.
De keuze van de opstellingsplaats van de buitenunit mag echter niet uitsluitend worden bepaald door de beschikbare ruimte, het geluid, de esthetiek of de afstand tot de technische installatie, maar ook door de mogelijkheid dat bij een lek koelmiddel uit het toestel kan vrijkomen.
Rond een R290-warmtepomp in buitenopstelling moet daarom rekening worden gehouden met een veiligheidszone. Dit is het volume rondom het toestel waarin geen mogelijke ontstekingsbronnen en ontstekingsbronnen of gebouwopeningen, zoals ramen, deuren, ventilatieopeningen of kelderopeningen, aanwezig mogen zijn. De grootte van deze zone is onder meer afhankelijk van de hoeveelheid propaan in het toestel en het type warmtepomp. De voorgeschreven afstanden kunnen bovendien verschillen van fabrikant tot fabrikant.
Omdat propaan zwaarder is dan lucht, moet bij de keuze van de opstellingsplaats ook worden gekeken naar plaatsen waar het koelmiddel zich bij een eventuele lekkage kan ophopen. Denk daarbij niet alleen aan kelders of putten, maar ook aan kuilen, nissen, lichtschachten en andere verdiepte of ingesloten zones. Ook een smalle of nauwe doorgang tussen gebouwen kan ongunstig zijn wanneer daar onvoldoende natuurlijke luchtstroming mogelijk is.
Ook bij wand- en dakmontage moet rekening worden gehouden met de voorgeschreven minimale afstanden. Bij dakmontage moet bovendien aandacht worden besteed aan onder meer dakventilatoren en dakafvoersystemen en moet ophoping van koelmiddel ter hoogte van een borstwering worden vermeden.
De productspecifieke installatievoorschriften moeten daarom steeds worden geraadpleegd.
Vergeet de leidingdoorvoeren niet
Niet alleen de opstellingsplaats zelf is belangrijk. Ook de verbindingen tussen de buitenunit en het gebouw verdienen aandacht.
Doorvoeren van buiten naar binnen moeten gasdicht worden afgesloten, zodat eventueel vrijgekomen propaandampen niet via deze weg het gebouw kunnen binnendringen.
De veiligheidsbeoordeling stopt dus niet noodzakelijk aan de behuizing van de warmtepomp. De volledige onmiddellijke omgeving van het toestel, inclusief openingen en doorvoeren naar het gebouw, moet worden meegenomen.
Binnenopstelling vraagt extra aandacht
Een R290-warmtepomp kan niet zonder meer binnen worden opgesteld.
Controleer vooraf hoeveel R290 het toestel bevat, hoe groot de beschikbare ruimte is en welke eisen de fabrikant stelt aan de opstellingsruimte en eventuele ventilatie- of veiligheidsvoorzieningen (NBN EN 378).
Bij een binnenopstelling moeten het toestel en de ruimte als één geheel worden beoordeeld. Een algemene standaardoplossing voor elke binnenopstelling bestaat bijgevolg niet.
Afhankelijk van de situatie kunnen bijkomende maatregelen nodig zijn, zoals natuurlijke of mechanische ventilatie, gasdetectie of een veilige positionering van componenten.
Wie mag aan het koelcircuit werken?
Bij onderhoud en herstellingen is een duidelijk onderscheid belangrijk tussen werkzaamheden aan de warmtepomp en werkzaamheden aan het koeltechnische circuit.
Wie het koeltechnische circuit opent, vult, herstelt, evacueert of koelmiddel terugwint, moet over de vereiste koeltechnische competenties (erkend koeltechnicus) beschikken. Bij R290 is bovendien specifieke kennis over het veilig werken met brandbare koelmiddelen van belang.
Zolang het koelcircuit gesloten blijft, kunnen andere werkzaamheden, waaronder hydraulische en elektrische werkzaamheden, door de daarvoor bevoegde installateur worden uitgevoerd.
Het is daarom belangrijk om vóór een installatie, onderhoud of herstelling duidelijk te bepalen welke werkzaamheden het gesloten koelcircuit beïnvloeden en welke niet.