:focal(undefined))
Het T‑stuk in de gasinstallatie: onmisbaar voor de dichtheidsproef
Na de plaatsing van een nieuwe gasinstallatie of een nieuw gedeelte van een gasinstallatie is het absoluut noodzakelijk een dichtheidsproef uit te voeren. Om de installatie onder druk te kunnen zetten en zo de dichtheid te kunnen testen, is de plaatsing van een T-stuk zeer belangrijk.
De norm NBN D 51‑003 § 4.4.1.4 schrijft expliciet voor waar en in welke situaties een T‑stuk moet worden voorzien, met het oog op het correct uitvoeren van de dichtheidsproef. Dit T‑stuk fungeert als controlepunt waarop meetapparatuur kan worden aangesloten.
In dit artikel lichten we de verschillende regels toe voor het plaatsen van een T‑stuk volgens NBN D 51‑003, en zal je zien dat deze regels nauw samenhangen met de plaatsing van de sectioneerkraan. We gaan hierbij echter niet gedetailleerd alle plaatsingsregels voor sectioneerkranen behandelen.
Waar moet een T‑stuk geplaatst worden?
:focal())
1. Gasmeter staat binnen het gebouw => T-stuk met stop of dop stroomafwaarts van de gasmeter en vóór eerste aftakking/toestel
Wanneer de gasmeter zich binnen het gebouw bevindt, moet een T‑stuk geplaatst worden stroomafwaarts van de gasmeter vóór de eerste aftakking of gastoestel.
:focal())
⚠️ Opmerking: Het T‑stuk dat standaard deel kan uitmaken van de gasmeteropstelling van de distributienetbeheerder (DNB) mag niet worden gebruikt voor de dichtheidsproef van de binneninstallatie (zie rode pijl foto).
:focal())
2. Gasmeter staat buiten het gebouw => Sectioneerkraan + T‑stuk met stop of dop in de eerst bereikbare ruimte
Staat de gasmeter buiten het gebouw, dan moet een sectioneerkraan, gevolgd door een T‑stuk, worden geplaatst in de eerst bereikbare ruimte binnen het gebouw waar de gasleiding binnenkomt.
Noot 1: de eerste bereikbare ruimte in een gebouw is een ruimte die normaal bereikbaar is en waarin men kan rechtop staan (bv. een garage, een kelder,…). Een kruipkelder of een kelder die alleen met een ladder te bereiken is, wordt niet als bereikbare ruimte beschouwd.
Noot 2: een binnenkomende leiding is de plaats waar de gasleiding uit de muur of vloer komt. Bv. een leiding kan in de chape onder een inkomhal lopen en in een berging uit de vloer komen. De binnenkomende leiding bevindt zich dan in de berging.)
Noot 3: bereikbare leidingen en verbindingen zijn leidingen en verbindingen die voldoende bereikbaar zijn om zonder breekwerken met handgereedschap aan gasbuizen en verbindingen te werken.
:focal())
Uitzondering: Als de aardgasbinneninstallatie is voorzien om slechts één aardgastoestel aan te sluiten en dat toestel bevindt zich binnen de 3 meter zichtbare buislengte in deze eerst bereikbare ruimte, dan is deze sectioneerkraan niet nodig. Dan moet er enkel een T-stuk met stop of dop voorzien worden vóór de stopkraan van het toestel om de leiding tussen gasmeter en gastoestel te kunnen testen op dichtheid.
:focal(292x71:293x72))
3. Stroomafwaarts van elke tussengasmeter => T-stuk met stop of dop
Stroomafwaarts van iedere tussengasmeter moet een T‑stuk met stop of dop geplaatst worden. Vóór de tussengasmeter wordt bovendien ook een sectioneerkraan geplaatst. Zo kan het gedeelte vanaf de tussengasmeter afzonderlijk aan een dichtheidsproef onderworpen worden.
4. Stroomafwaarts van elke sectioneerkraan => T-stuk met stop of dop
Een sectioneerkraan verdeelt de installatie in aparte delen. Telkens wanneer (een deel van) de installatie afzonderlijk moet kunnen worden afgezonderd met een sectioneerkraan, moet ook de mogelijkheid bestaan om dat afgebakende deel afzonderlijk te beproeven.
De norm NBN D 51-003 § 4.4.1.6 geeft duidelijk aan wanneer een sectioneerkraan moet geplaatst worden. Dit geldt onder meer in volgende situaties:
:focal())
Uitbreidingen van meer dan 3 meter van een installatie binnen hetzelfde lokaal
:focal())
Bij uitbreidingen van minder dan 3 meter is deze sectioneerkraan niet verplicht.
Bv. als je een ketel vervangt en je moet de leiding bijvoorbeeld één meter verlengen om het toestel op een iets andere plek te plaatsen, dan moet je geen bijkomende sectioneerkraan voorzien.
:focal())
Uitbreidingen naar andere lokalen
:focal())
Binnenkomende leidingen van afzonderlijke verblijfseenheden (bv. appartementen): in dit geval geldt de uitzondering voor de sectioneerkraan onder punt 2 “Gasmeter staat buiten het gebouw => Sectioneerkraan + T‑stuk met stop of dop in de eerst bereikbare ruimte” niet. Er moet ALTIJD een sectioneerkraan en een T-stuk afgesloten met metalen dop of stop geplaatst worden, ongeacht het verdere verloop (lengte & ligging) van deze leiding en het aantal toestellen dat deze inkomende leiding voedt. Enkel een T-stuk volstaat in dit geval niet.
Besluit
Het T‑stuk is geen detail, maar een essentieel onderdeel van een conforme gasinstallatie.
Raadpleeg bij twijfel altijd NBN D 51‑003, § 4.4.1.4 of contacteer Cerga per mail via [email protected] of telefonisch via 078 15 51 25.