:focal(undefined))
Voorkom meterverwisseling: markeer gasleidingen in een lokaal met meerdere gasmeters correct
In appartements- en kantoorgebouwen staan meerdere gasmeters vaak gegroepeerd in een gemeenschappelijk lokaal. In dat geval moet ondubbelzinnig duidelijk zijn met welke gasmeterkraan de gastoevoer van elke verblijfseenheid kan worden afgesloten.
Dat is belangrijk bij een indienststelling of controle, maar ook wanneer snel moet worden ingegrepen bij een gaslek. Bovendien kan een ontbrekende of foutieve aanduiding leiden tot verwarring en facturatieproblemen.
Waar en hoe breng je de aanduiding aan?
Bij het verbinden van de gasmeter met de binnenleiding moeten de verdieping en de betrokken verblijfseenheid op een duidelijke, ondubbelzinnige en onuitwisbare wijze op de gasleiding worden vermeld.
De aanduiding komt stroomafwaarts van de gasmeter, op maximaal 50 cm na de gasmeter. Gebruik bij voorkeur het officieel toegekende busnummer, eventueel aangevuld met de verdieping of een andere herkenbare aanduiding.
Breng de aanduiding niet aan op de gasmeter zelf. De gasmeter kan later door de distributienetbeheerder worden vervangen, weggenomen of verplaatst. Een markering op de meter dreigt dan mee te verdwijnen of niet langer overeen te stemmen met de aangesloten binnenleiding.
Door de aanduiding op de gasleiding zelf aan te brengen, blijft de identificatie verbonden met het juiste leidingtraject en dus met de juiste verblijfseenheid, ook na een latere metervervanging.
Waarom wachten geen goed idee is
Het veiligheidsrisico wordt geschetst aan de hand van een concreet voorbeeld.
In een appartementsgebouw worden enkele wooneenheden gerenoveerd. In het meterlokaal staan verschillende gasmeters naast elkaar. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden de gasmeters gesloten, maar niet verzegeld.
Stel dat de installatie in één appartement al klaar is en de bewoner zijn ketel opnieuw in dienst wil nemen. Als hij door een ontbrekende of foutieve markering de verkeerde gasmeter opent, kan die meter verbonden zijn met een appartement waar de installatie nog niet is afgewerkt of nog niet op dichtheid werd gecontroleerd. In dat geval kan er ongemerkt gas ontsnappen in een appartement, technische ruimte of leidingkoker. Gasophoping en zelfs ontploffingsgevaar zijn dan niet denkbeeldig.
Nog een voorbeeld: er wordt een gaslek geconstateerd in een appartement zodat men de gastoevoer naar een appartement onmiddellijk wil afsluiten. Dan moet men zeker zijn dat de juiste gasmeterkraan wordt dichtgedraaid. Wordt per vergissing de verkeerde meter gesloten, dan blijft de gevaarlijke situatie bestaan terwijl men denkt dat ze onder controle is.
Net daarom is wachten met de aanduiding tot het einde van de werf geen goed idee. Leidingen worden best al tijdens de uitvoering herkenbaar geïdentificeerd, zeker wanneer meerdere installateurs, aannemers of bewoners op dezelfde werf actief zijn. Zo blijft voor iedereen duidelijk welke meter bij welke verblijfseenheid hoort, ook wanneer men maanden of jaren later moet tussenkomen.